Transpyreneeën gaat van west naar oost, want 'wind' mee

Gepubliceerd op zaterdag 12 september 2015 in Transpyreneeën 2016

Hoewel niet regenachtig, lijkt het een heerlijke dag om de voorbereidingen voor mijn Project Transpyreneeën 2016 in gang te trekken. In de afgelopen periode heb ik al meerdere keren de kaart van Frankrijk voor mijn neus gehad en het eerste gedeelte van mijn route kan ik bijna dromen. Vooropgesteld, er bestaat niet iets als 'dit is beter of minder'. De Pyreneeën van west naar oost of van oost naar west, je zult over dezelfde bergen en gelijke afstand. Bijna 900 kilometer. Anderen deden of doen hem vanuit het oosten, mijn route gaat in de zomer van 2016 over een tig aantal cols van west naar oost. Ik start ergens in juni in Hendaye en eindig in Perpignan.

Twee experts heb ik geraadpleegd voordat ik mijn beslissing nam. Endurance-specialist Mike Cotty van The Col Collective vertelde me eigenlijk al vrij vlot dat van west naar oost absoluut prachtig is. "En normaal gesproken heb je dan - als die er staat - de wind mee." Ook al zijn wij Nederlanders doorgaans niet vies van een stevig potje tegen de wind in rijden, is wind mee vooral bergop wel zo prettig. Zo heb ik zelf reeds ervaren afgelopen zomer op de Col d'Agnel! Will 'Cycliste' van Cycling Challenge, die vooral van fietsen in de Alpen houdt, was wat minder stellig in zijn advies. Beide kanten op zijn heel erg mooi in de Pyreneeën, al scheelt het van west naar oost dat je niet de "lelijke Mongie-zijde van de Tourmalet tegenkomt". En oja, of ik niet vergeet Cirque de Troumouse, Port de Boucharo en vooral Route des Lacs op te nemen in mijn route. Ik vrees dat dat niet gaat lukken.

Er liggen honderden grote en kleine cols in de Pyreneeën. Een groot aantal beroemde namen staan op mijn to-col list en die zal ik ooit bedwingen op mijn stalen ros. Dat gaat niet allemaal in één vakantie lukken, alsof ik met mijn plan al niet genoeg roofbouw pleeg op mijn lichaam en fysiek. Ik zal moeten kiezen wat ik écht wil, wat ik denk dat mijn lichaam (en geest) écht kan en wat qua route goed te combineren is en wat écht niet kan. De zo aanbevolen Route des Lacs (Lac de Cap de Long) lijkt hem daarom niet te gaan worden. Deze beklimming kent slechts één zijde (en daarom geen col) en die loopt helaas net van oost naar west. Ook de Col du Pourtalet op de grens van Frankrijk en Spanje ligt te ver buiten de route. Een mooie reden om later nog eens terug te keren naar hetzelfde gebied.

Wat er dan wel in mijn tocht zit zijn vrijwel alle grote namen uit de Tour de France. Zoals gezegd, het eerste gedeelte van mijn tocht heb ik vrij zeker in mijn hoofd. Dat gedeelte loopt ongeveer tot aan de Peyresourde of Portillon met twee of drie (eerder regel dan uitzondering) cols per etappe. Of ik daarna via Andorra ga, iets wat ik wel écht graag wil, is nog onduidelijk. Ook weet ik niet of het zeer zwaar aangeschreven Plateau de Beille in mijn schema past. Naast een aantal nietszeggende, maar ongetwijfeld heel mooie en fysiek slopende beklimmingen, zit het volgende er op zeker wel in: Col de Burdincurutcheta, Port de Larrau, Col de la Pierre Saint-Martin (Soudet), Col de Marie Blanque, Col d'Aubisque, Col de Soulor, Col de Tramassel (Hautacam), Luz-Ardiden, Port de Boucharo, Cirque de Troumouse, Col du Tourmalet, Col d'Aspin, Col de Peyresourde en Col du Portillon.

En dat alles moet in de eerste week gebeuren!